Het diafragma en stops: leer er alles over

Het diafragma is een belangrijk onderdeel van de belichtingsdriehoek. Je kunt het diafragma groter of kleiner maken. De waarde waarin dat gemeten wordt, heten ‘stops’. Uiteraard heeft dat invloed op je foto.

We hebben het, in fotografie, vaak over belichting. Licht staat immers aan de basis van fotografie en is het belangrijkste element om een foto te kunnen maken. Diafragma is daar een groot onderdeel van. Het diafragma bepaalt hoeveel licht er op de sensor valt, en wat de scherptediepte van je foto wordt.

Wat is de belichtingsdriehoek?

De belichting van je foto kun je, in je camera, op drie manieren beïnvloeden:  met het diafragma, de sluitertijd en de ISO, ook wel de belichtingsdriehoek genoemd. Al deze elementen worden op een andere manier uitgedrukt Het concept “stops” werd uitgevonden als een handige manier om de 3 elementen met elkaar te vergelijken. Je kunt dus een foto met een stop minder belichten, en daarvoor kun je één van de drie waarden uit de belichtingsdriehoek gebruiken.

Hoeveel is dan zo’n stop?

Als we het hebben over belichting, hebben we dus het vaak over ‘stops’. Maar wat zegt dat precies? Een stop is een verdubbeling of halvering van de hoeveelheid licht dat de sensor van de camera bereikt bij het maken van een foto. Wanneer je iemand hoort zeggen dat hij de belichting met 1 stop gaat verhogen, bedoelt hij dus dat hij de belichting op de foto gaat verdubbelen in vergelijking met de vorige foto. Dit betekent dat wanneer je fotografeert met f/5.6 en je wilt naar f/8 maar met dezelfde lichtomstandigheden, dan moet je zorgen dat de sluitertijd precies tweemaal zo lang wordt (omdat f/8 slechts de helft licht doorlaat als f/5.6). Wat wel jammer is, is dat diafragma, sluitertijd en ISO in andere eenheden worden uitgedrukt en daardoor hele andere waarden hebben. ISO kan in de tienduizenden lopen terwijl diafragma over decimalen kan gaan, en sluitertijd over honderdsten van een seconde.

Diafragma is net een pupil

Het diafragma moet je zien als een soort pupil. Pupillen worden groter naarmate er minder licht is; zo kan er meer licht worden doorgelaten. Bij veel licht zijn ze dan ook kleiner. Het diafragma werkt net zo. De grootte van het diafragma wordt uitgedrukt in f-getallen, die de diameter van het diafragma aangeven. Soms wordt dit ook wel een f-stop genoemd. Een lager f-getal zorgt voor een grotere opening en geeft dus meer licht, terwijl een hoger f-getal voor een kleinere opening zorgt en minder licht.
Door de manier waarop f-getallen zijn berekend staat een stop niet gelijk aan het verdubbelen of halveren van het f-getal. Helaas. Je moet een f-getal vermenigvuldigen of delen door 1.41 (wortel van 2). Wanneer je van f/16 naar f/11 gaat vergroot je de opening met 1 stop omdat 16 delen door 1.41 uitkomt op 11. Dat is behoorlijk ingewikkeld. Ben je niet zo’n rekenwonder? Dan kun je ook het lijstje f-stops uit je hoofd leren. Op den duur weet je het namelijk vanzelf.  

Van klein diafragma (donker) naar groot (licht):

F 22, f 16, f 11, f 8, f 5.6, f 4, f 2.8, f 1.4, f1

Het rijtje is niet volledig, maar het kan je op weg helpen.

Wat doet diafragma?

Diafragma bepaalt hoeveel licht er wordt doorgelaten. Daarmee is het bepalend voor de scherptediepte van je foto: hoeveel van je foto is er scherp. Een kleine scherptediepte betekent dat er maar een klein gedeelte van je foto scherp is. Veel van de voor- en achtergrond is onscherp. Deze foto’s worden genomen met een grote diafragma opening, een laag f/getal (zoals f/1.8). Dit is populair voor macro foto’s, en portretten. Een foto met een grote scherptediepte heeft juist heel veel scherp, ook de voor- en achtergrond. Die worden genomen met een kleine diafragma opening, een hoog f/getal (zoals f/22). Dit zie je bijvoorbeeld veel bij landschapsfotografie.

Beginnend fotograaf? Lees dan ookHandig: begrippen voor fotografie