Scherpe foto’s maken, zo doe je dat!

Het overkomt ons allemaal weleens: alle ingrediënten voor een goede foto waren aanwezig, maar bij thuiskomst blijken je foto’s onscherp te zijn. Balen! Zo maak jij alleen nog maar scherpe foto’s.

Er zijn veel redenen waardoor je er met de scherpte net naast kunt zitten. Met deze tips gebeurt het hopelijk nooit meer! Scherpe foto’s maken, zo doe je dat!

Wil je meer controle over je foto, en zelf leren je instellingen te maken? Kijk dan eens naar onze cursus ‘de belichtingsdriehoek’!Zo hoef je nooit meer afhankelijk te zijn van de automatische stand van je camera.

Voldoende licht is enorm belangrijk voor scherpe foto’s

Veel camera’s werken met contrast om scherp te stellen. Zonder al te veel op de techniek in te gaan, zal je camera daarom meer moeite hebben om scherp te stellen in het donker. Er is dan immers weinig contrast (overigens geldt dit ook voor licht, scherpstellen op een hele witte muur is ook lastig). Het resultaat is dat je autofocus blijft ‘zoeken’, en soms eindig je met onscherpe foto’s. Controleer daarom of de scherpte op het juiste punt ligt, door in te zoomen in LiveView Of stel handmatig scherp. Bijvoorbeeld wanneer je foto’s maakt van een sterrenhemel of de maan zal je camera moeite hebben met autofocus.

Kies de juiste sluitertijd

Eén van de meest voorkomende oorzaken van onscherpe foto’s, is een te lange sluitertijd. Hoe langer de sluiter open staat, hoe meer licht er op de sensor komt. Maar ook: hoe meer kans je hebt dat je foto bewogen wordt, door kleine trillingen in je hand of zelfs van het statief. Door je sluitertijd korter te maken, heb je minder kans op bewegingsonscherpte. Hoe kort je moet gaan is afhankelijk van de brandpuntsafstand van het objectief dat je gebruikt. Gebruik tenminste 1/(brandpuntsafstand) in het geval van een fullframe camera, of bij een cropcamera moet je dit vermenigvuldigen met de cropfactor. Heb je bijvoorbeeld een brandpuntsafstand van 400mm en een cropfactor van 1,5x (Nikon), dan is je minimale sluitertijd 1/(400 x 1,5) = 1/600.
Om de sluitertijd toch wat langer te kunnen zetten, bijvoorbeeld als er niet zoveel licht is of als je diafragma niet zo ver open kan, kun je een kortere lens of een kortere brandpuntsafstand op je zoomlens gebruiken. Via het bovenstaande rekensommetje kom je er dan op uit dat je sluitertijd wat langer kan staan en je toch scherpe foto’s krijgt.

cursussen, online cursus fotografie

Controleer de scherpstelpunten

Je kunt in je camera zelf kiezen wat het scherpstelpunt is. Eventueel kun je scherpstellen door de ontspanknop half ingedrukt te houden, en je compositie aanpassen voor je afdrukt. Eventueel kun je een handig hulpmiddel gebruiken, de backbutton focus . Of je kunt je scherpstelpunt aanpassen op het onderwerp dat je scherp wil hebben. Maar het is belangrijk dat je op het punt scherpstelt dat jij wil, en dat moet je je camera als het ware vertellen. Meestal licht het scherpstelpunt rood of groen op, wanneer je door de zoeker kijkt. Maak je een portret? Zorg dan dat het punt op de ogen (of het dichtstbijzijnde oog) van het model ligt. Je kunt ook alle scherpstelpunten selecteren, maar dat geeft meestal niet het beste resultaat. Kies er één, zodat jij kunt bepalen waar de scherpte komt te liggen.

Lensfout waardoor je geen scherpe foto’s hebt: backfocus

Backfocus (overigens iets totaal anders dan back button focus), is eigenlijk een foutje in je objectief. De camera stelt scherp met autofocus, maar de scherpte komt steeds iets achter het onderwerp te liggen. Dit kun je verhelpen door je objectief te (laten) kalibreren . Maar controleer eerst of dat wel écht het probleem is, over het algemeen hoeven (goede) objectieven niet zo vaak gekalibreerd te worden.

scherpe foto, onscherpe foto, scherpte, onscherpte, sluitertijd, scherpstelpunten

Statief of een goede houding

Zorg dat je zelf stabiel staat. Duw je ellebogen tegen je lichaam aan. Op die manier hoef je alleen maar je onderarmen onder controle te houden. Steken je armen uit, dan moet je ze helemaal op spierkracht stilhouden. Leun eventueel tegen een hek, muur of boom voor extra stevigheid. Zorg ook dat je echt helemaal stopt. In je enthousiasme kun je nog weleens half lopend een foto nemen, zeker bij bijvoorbeeld straatfotografie. Dan kan er gemakkelijk bewegingsonscherpte in je foto sluipen! Wanneer je met langere sluitertijden wil fotograferen, kun je het beste gebruik maken van een statief. Op die manier heb je helemaal geen last van bewegingsonscherpte. Gebruik een afstandsbediening of maak gebruik van de timer, om trillingen door het afdrukken te ondervangen.