Low key fotografie, dat kun jij ook!

Ken je die mooie foto’s, die heel donker zijn maar waarbij het onderwerp net wordt verlicht door een klein beetje licht? Dat heet ‘low key fotografie’.

Low key fotografie is, heel kort door de bocht, een hele donkere foto. Of eigenlijk, een foto waarop heel slim gebruik gemaakt wordt van een klein beetje licht. Vaak wordt er, in een low key foto, bijna alleen gebruik gemaakt van donkere kleuren, of zelfs zwart. Zwart is donker en somber, maar ook mooi en chique. Je foto heeft dus een andere sfeer dan normale foto’s. De foto is donker, onderbelicht eigenlijk. Maar als je die sfeer naar je hand kunt zetten, is het prachtig en mysterieus. Maar hoe pak je het aan?

Low key fotografie gaat om licht

Hoewel je foto’s bij low key fotografie erg donker zijn, gaat het juist om licht. Of tenminste, hoe het licht valt. Bij low key is over het algemeen meer dan vijftig procent van de foto donkerder dan middengrijs, terwijl bij de meeste ‘normale’ foto’s het overgrote deel van de foto lichter is dan middengrijs. De belichtingsmeter van de camera gaat bijvoorbeeld uit van 18% grijs. Je moet de donkere ruimtes goed gebruiken en het licht (of je onderwerp ten opzichte van het licht) slim positioneren.  Het eenvoudigste doe je dat, door een flitser te gebruiken.

Low key met flitser

Met een flitser houd je de controle over de hoeveelheid licht en de plek waar het valt. Je kiest eerst waar je onderwerp belicht wordt en hoe lang (hoe sterk). Het gaat vooral om contrasten, een groot verschil tussen de donkere en lichte delen. Zonder contrast op de juiste plaatsen heb je immers gewoon een onderbelichte foto. Maar het gaat ook om de richting van het licht; het licht moet eigenlijk ‘gevangen’ worden op de plek die jij wil. Dat kan je doen door een flitser of lamp goed te richten. Een zwarte achtergrond is handig, maar niet noodzakelijk. Zolang er maar geen licht op de muur/achtergrond valt, als die een andere kleur heeft. Zorg er in dat geval voor dat je onderwerp een stuk van de muur staat en de lichtbron niet op de muur gericht staat, maar er als het ware langs. Kies voor backlight of licht dat schuin op het onderwerp valt.

Low key met daglicht of lamp

Heb je geen flitser? Dan kun je nog steeds low key foto’s maken. Je moet dan naar ‘beperkt’ omgevingslicht zoeken, bijvoorbeeld door licht te gebruiken dat door een raam of deur komt. Bij voorkeur met gordijnen, zodat je zelf kunt bijstellen waar het licht valt en hoeveel licht er op het onderwerp komt. Je kunt ook vellen papier of karton of zelfs lakens gebruiken. Op die manier knoeit het licht niet overal en kun je de omgeving donker houden. Met een lamp werkt het net zo. Een bureaulamp kan bijvoorbeeld uitstekend dienst doen, zeker wanneer je het licht zelf bijstuurt. Low key is heel populair voor portretten van mensen of dieren, maar begin eens met stilstaande onderwerpen. Zo kun je op je gemak ontdekken hoe je het licht kunt bijstellen en hoeveel – of hoe weinig- licht je nodig hebt.

cursus, online fotografie cursus, belichtingsdriehoek, ISO, diafragma, sluitertijd

Dus ik heb geen studio nodig?

Nee, je hebt dus geen studio nodig. Sterker nog, je kunt low key foto’s ook prima buiten maken. Zelfs landschappen kun je low key maken. ‘s Avonds of ‘s nachts werkt dan het beste, of een donkere wolkenpartij waar de zon doorheen piept kan ook heel goed worden. Een studio maakt het natuurlijk wel makkelijker, want hoe donkerder de omgeving, hoe gemakkelijker het is. Maar low key fotografie kan overal!

Camera instellingen voor low key

Zet je camera bij voorkeur op handmatig (M). Als je een flitser gebruikt, zet je sluitertijd dan niet sneller dan de flitssynchronisatietijd. Stel nu je diafragma in, waarbij je rekening houdt met de gewenste scherptediepte. Hoe groter je diafragma (laag f/getal) hoe kleiner de scherptediepte, dus hoe kleiner het gedeelte van de foto dat scherp is. Aan de hand hiervan stel je de ISO in op de stand die nodig is om met je instellingen een goede belichting te krijgen. Richt hiervoor de camera, voor de juiste instellingen, op het lichte gedeelte. De belichtingsmeters geven aan wat de instellingen moeten zijn, de achtergrond wordt dan donker en de lichte delen niet overbelicht.

Scherpstellen

Scherpstellen met weinig licht is altijd lastig, je camera heeft dan moeite met het vinden van een focuspunt. Stel eventueel scherp met het licht aan. Je camera en onderwerp moeten dan wel op dezelfde plaats blijven. Handmatig scherpstellen is waarschijnlijk een goed idee, zodat de camera niet tussendoor gaat zoeken. Of gebruik autofocus met het licht aan en ga, als je scherpgesteld hebt, over op manueel. Voor portretten geldt, ook bij low key: stel scherp op de ogen!

Wanneer je aan de slag gaat met low key fotografie, is het een goed idee om je histogram te checken. Lees hier hoe je dat doet: Histogram: eerste hulp bij belichting