Sluitertijd: wat kun je ermee doen? Deel 2

Om de juiste belichting te krijgen voor je foto, is de belichtingsdriehoek van belang: diafragma, ISO en sluitertijd. We nemen de laatste eens nader onder de loep.

In deel 1 las je wat sluitertijd is en hoe de belichtingsdriehoek werkt. In dit deel gaan we in op het effect hiervan op je foto. Je kunt bewegingen namelijk bevriezen, of juist bewegingsonscherpte creëren voor een creatief effect.

Beweging bevriezen

Om beweging te ‘bevriezen’ en uit de hand te fotograferen, heb je een korte sluitertijd nodig. Wat die belichtingstijd dan precies moet zijn, is afhankelijk van een aantal factoren, waaronder de brandpuntsafstand van het objectief dat je gebruikt. Er is een soort ‘regel’, die zegt dat je een 1/ voor de brandpuntsafstand die je gaat gebruiken kunt zetten. Stel, je gebruikt een kitlens en je hebt deze op 50mm staan. Dan zou je dus een sluitertijd van tenminste 1/50 moeten hebben om een scherpe foto te krijgen. Maar, hier zit een klein addertje onder het gras. Dit geldt namelijk voor camera’s met een fullframe sensor, over het algemeen de duurdere modellen. Heb je een cropfactor, dan moet je deze meenemen in de berekening. Of je een cropfactor hebt en wat deze is, kun je gemakkelijk even Googlen. Stel, je hebt een Canon met een cropfactor van 1.6, dan wordt de minimale sluitertijd die je moet gebruiken 1/(50×1.6) = 1/80. Of sneller dus.

Bewegingsonscherpte met sluitertijd

Bewegingsonscherpte kan heel mooi zijn. Hiervoor moet je de sluitertijd langer zetten dan de ‘regel’ voorschrijft. Je ziet dit veel bij foto’s van bijvoorbeeld watervallen. Of ‘s nachts, wanneer langsrijdende auto’s met een lange sluitertijd worden gefotografeerd en licht sporen achterlaten. Je hebt hiervoor wel een statief nodig, om de rest van de foto mooi scherp te houden.

Panning

Een variatie op de bewuste bewegingsonscherpte, is panning. Bij panning fotografeer je een bewegend onderwerp. In plaats van de korte sluitertijd die je zou gebruiken om het onderwerp te bevriezen, zet je deze iets langer. Terwijl je de foto maakt, trek je de camera mee met de beweging. Hierdoor is het onderwerp scherp, maar de achtergrond niet. Hiermee krijg je een soort dynamiek in je foto die beweging suggereert. Het is even oefenen, maar enorm leuk om te doen.

Tekenen met licht

Ook kun je, met behulp van een lange sluitertijd, tekenen of schrijven met licht. Met een zaklamp, fietslampje of zelfs je mobiele telefoon kun je in de lucht tekenen of schrijven. Dit lukt al bij een belichtingstijd van ongeveer 15 seconden, afhankelijk van hoe groot je kunstwerk is,  hoe donker de omgeving en je objectief. Zou je dit bij licht doen, dan zie je de tekening niet goed en bovendien wordt de omgeving dan al gauw overbelicht, door de lange sluitertijd. Stel je camera in, zet de focus op manual en schrijven maar.

Lees deel 1: Sluitertijd: wat kun je ermee doen?